ECLI:NL:RVS:2018:4023
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- E. Steendijk
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling afgewezen in hoger beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring asielaanvraag
De vreemdeling uit Irak had een eerdere asielaanvraag in Nederland ingediend die was afgewezen omdat hij zijn vrees voor de Iraakse autoriteiten niet aannemelijk had gemaakt. Bij een opvolgende aanvraag legde hij een UNHCR-certificaat over waarin hij als vluchteling in Libanon werd erkend. De staatssecretaris verklaarde deze aanvraag niet-ontvankelijk omdat de stukken geen nieuwe relevante elementen bevatten.
De rechtbank had dit besluit vernietigd en de staatssecretaris opgedragen een nieuw besluit te nemen, maar de Raad van State oordeelt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat nader onderzoek naar het UNHCR-certificaat nodig was. De staatssecretaris had de inhoud van het certificaat wel betrokken bij zijn besluit en het certificaat bood geen aanleiding tot nader onderzoek, mede omdat de vreemdeling na erkenning door de UNHCR vrijwillig naar Irak was teruggekeerd zonder problemen.
Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard en dat van de vreemdeling ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en het beroep tegen het besluit van 24 januari 2018 wordt alsnog ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen de niet-ontvankelijkverklaring van zijn asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.