ECLI:NL:RVS:2018:4024
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H.G. Lubberdink
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit staatssecretaris over rechtmatig verblijf gemeenschapsonderdaan
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde bij besluit van 24 oktober 2016 vast dat de vreemdeling geen rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan had. Na een bezwaarprocedure handhaafde de staatssecretaris dit besluit op 20 maart 2017. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank, die het besluit vernietigde voor zover het een vertrektermijn van vier weken bevatte en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris ging in hoger beroep tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank buiten de grenzen van het geschil trad door ambtshalve de vertrektermijn te toetsen, omdat deze niet op een openbare ordevoorschrift was gebaseerd. Het hoger beroep van de staatssecretaris werd echter toch gegrond verklaard omdat het besluit van 20 maart 2017 niet voldeed aan de vereisten van een belangenafweging zoals vereist bij een verwijderingsmaatregel onder de Verblijfsrichtlijn.
De Afdeling vernietigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling. De overige beroepsgronden die niet in hoger beroep aan de orde waren gesteld, werden buiten beschouwing gelaten.
Uitkomst: Het besluit van 20 maart 2017 van de staatssecretaris wordt vernietigd wegens strijd met de Awb en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.