ECLI:NL:RVS:2018:4036
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- A.B.M. Hent
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging sluiting schuur wegens aanwezigheid handelshoeveelheid harddrugs
De burgemeester van Gilze en Rijen heeft op grond van artikel 13b van de Opiumwet een last onder bestuursdwang opgelegd om een schuur op het perceel van appellant te sluiten voor 24 maanden, nadat in oktober 2016 642 pillen met amfetamine werden aangetroffen. Appellant voerde aan dat hij ten tijde van de vondst in detentie verbleef en dat de pillen er al lange tijd lagen, waardoor de drugs niet bestemd zouden zijn voor verkoop vanuit de schuur. De rechtbank oordeelde echter dat de burgemeester bevoegd was tot sluiting omdat de hoeveelheid drugs ruim boven de grens voor eigen gebruik lag en het tegendeel niet aannemelijk was gemaakt.
Appellant stelde verder dat het beleid van de burgemeester onredelijk was omdat de terugkijktermijn voor eerdere overtredingen was verlengd van drie naar vijf jaar, en dat de sluiting onevenredig was vanwege financiële nadelen en belemmeringen bij verkoop van het perceel. De Raad van State overwoog dat het gewijzigde Damoclesbeleid gegrond is en dat de burgemeester de bevoegdheid heeft om dit toe te passen. Ook is geen bijzondere omstandigheid gebleken die de sluiting onevenredig maakt, mede gezien het feit dat het perceel al onder beslag lag en het beleid gericht is op het tegengaan van drugscriminaliteit.
Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de sluiting van de schuur voor 24 maanden bevestigd.