ECLI:NL:RVS:2016:3167
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- A.B.M. Hent
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak over proceskostenvergoeding bij sluiting woning wegens hennepkwekerij
Appellante is eigenaar van een woning waar in 2014 en opnieuw in 2015 een hennepkwekerij werd aangetroffen. De burgemeester legde een last tot sluiting van de woning op voor drie maanden. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en wees haar verzoek om schadevergoeding af. Appellante stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de burgemeester terecht de sluiting had bevolen op grond van de Opiumwet en de beleidsregels, ondanks de persoonlijke situatie van appellante en haar kinderen. De belangenafweging van de burgemeester was voldoende, ook al ontbrak deze in het primaire besluit. Het motiveringsgebrek werd terecht gepasseerd omdat appellante daardoor niet in haar belangen was geschaad.
Wel oordeelde de Afdeling dat de rechtbank onjuist had geoordeeld door de burgemeester niet te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten die appellante had gemaakt in verband met de behandeling van het beroep. De Afdeling vernietigde dit deel van de uitspraak en veroordeelde de burgemeester tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard en de burgemeester is veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan appellante.