ECLI:NL:RVS:2018:4103
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Veroordeling staatssecretaris tot vergoeding proceskosten in vreemdelingenzaak
De staatssecretaris wees een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af. De vreemdeling maakte bezwaar en stelde beroep in tegen deze besluiten, maar zowel het bezwaar als het beroep werden ongegrond verklaard door de staatssecretaris en de rechtbank.
De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State. Deze oordeelde dat de rechtbank terecht het beroep ongegrond verklaarde, maar onjuist had gehandeld door geen proceskostenveroordeling uit te spreken ondanks geconstateerde schending van een geschreven rechtsregel.
De Raad van State vernietigde daarom het deel van het vonnis waarin de rechtbank naliet de staatssecretaris te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling en bevestigde het overige. De staatssecretaris werd veroordeeld tot betaling van €1.503,00 aan proceskosten voor beroepsmatige rechtsbijstand.
Uitkomst: De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van €1.503,00 aan proceskosten van de vreemdeling.