ECLI:NL:RVS:2017:3550
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- A.W.M. Bijloos
- D.A. Verburg
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank wegens nalaten proceskostenvergoeding in vreemdelingenzaak
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 12 augustus 2016 de aanvraag van de vreemdeling om een machtiging tot voorlopig verblijf af. Na een ongegrond verklaard bezwaar door de staatssecretaris volgde een beroep bij de rechtbank Den Haag, die op 5 oktober 2017 het beroep ongegrond verklaarde.
De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Raad van State. Deze constateerde dat de rechtbank weliswaar een schending van een geschreven rechtsregel had vastgesteld, maar ten onrechte deze naliet te sanctioneren met een proceskostenveroordeling tegen de staatssecretaris. De Raad oordeelde dat de rechtbank de staatssecretaris had moeten veroordelen tot vergoeding van de proceskosten die de vreemdeling had gemaakt.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het deel van het vonnis waarin de proceskostenvergoeding werd nagelaten, bevestigde de rest van het vonnis en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van €1485,00 en het griffierecht van €418,00. Hiermee is de vreemdeling financieel gecompenseerd voor de kosten van de beroepsprocedure.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.