ECLI:NL:RVS:2018:4159
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- H. Troostwijk
- J.Th. Drop
- E.A. Minderhoud
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen omgevingsvergunning voor bedrijfsruimte en kantoor in landelijk gebied
Het college van burgemeester en wethouders van Lopik verleende op 23 januari 2018 een omgevingsvergunning aan een vergunninghouder voor de bouw van een bedrijfsruimte en kantoor ter vervanging van diverse bijgebouwen op een perceel in landelijk gebied. Appellant, wonende naast het perceel, stelde beroep in tegen dit besluit vanwege zorgen over aantasting van het woon- en leefklimaat.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het college terecht de bestaande situatie op het perceel heeft gelegaliseerd op grond van artikel 3.3 van de Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV) Utrecht 2013, en vervolgens met toepassing van artikel 3.8 een uitbreiding van de bebouwing met 20% heeft toegestaan. Het college motiveerde dat tegen het bestaande gebruik niet meer juridisch kan worden opgetreden en dat de situatie een enkel geval betreft, zodat geen strijd is met het verstedelijkingsverbod.
Verder faalden de bezwaren van appellant dat het college niet bevoegd was vanwege het ontbreken van een nieuwe verklaring van geen bedenkingen, dat het advies van de commissie ruimtelijke kwaliteit te laat was gegeven, en dat het bodemonderzoek verouderd zou zijn. Ook werden nieuwe beroepsgronden buiten beschouwing gelaten omdat deze eerder hadden kunnen worden aangevoerd.
De Afdeling verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen de omgevingsvergunning is ongegrond verklaard en het besluit gehandhaafd.