ECLI:NL:RVS:2018:4163
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Afwijzing handhavingsverzoek tegen grondaanvoer op perceel te Dwingeloo
Het college van burgemeester en wethouders van Westerveld wees het verzoek van appellant om handhavend op te treden tegen de op 21 oktober 2015 aangevoerde grond op een perceel in Dwingeloo af. Appellant stelde dat de grond van twijfelachtige kwaliteit was en mogelijk verontreinigd met puin en bouwafval, en dat het college onvoldoende onderzoek had gedaan naar de herkomst en kwaliteit van de grond.
Het college had het verzoek aanvankelijk afgewezen en dit besluit bij bezwaar herroepen, maar het handhavingsverzoek alsnog afgewezen op basis van nader advies van de Regionale Uitvoeringsdienst Drenthe (RUD) en de bezwaarschriftcommissie. De RUD had op 28 oktober 2015 het perceel bezocht en geen aanwijzingen voor onregelmatigheden gevonden. Verder onderzoek werd niet noodzakelijk geacht omdat zonder nulmeting niet kon worden vastgesteld dat er sprake was van een overtreding.
De Afdeling oordeelde dat het college voldoende onderzoek had verricht, dat artikel 13 van Pro de Wet bodembescherming niet van toepassing was op het college als bevoegd gezag, en dat het betoog dat het perceel als asbestverdacht moest worden beschouwd niet slaagde. Ook was het college bevoegd een nieuw besluit te nemen met dezelfde strekking na heroverweging op bezwaar. Het beroep werd ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot afwijzing van het handhavingsverzoek wordt ongegrond verklaard.