ECLI:NL:RVS:2016:3064
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- W. Sorgdrager
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen last onder dwangsom voor overtreding Besluit bodemkwaliteit door Novaflow
Novaflow voerde op 16 juli 2014 een bemonstering uit van grond op een locatie in Sittard, waarbij volgens het rapport geen asbestverdacht materiaal werd waargenomen. Toezichthouders van de gemeente constateerden later wel de aanwezigheid van asbestverdacht materiaal. De staatssecretaris stelde dat Novaflow onvoldoende veldinspectie had gedaan en geen asbestonderzoek had uitgevoerd, waardoor zij artikel 18 van Pro het Besluit bodemkwaliteit had overtreden.
De staatssecretaris legde een last onder dwangsom op om herhaling te voorkomen. Novaflow betoogde dat de locatie niet als asbestverdacht moest worden aangemerkt omdat het protocol 1001 niet definieert wat een asbestverdachte locatie is en dat de aanwezigheid van puin niet automatisch asbestverdacht maakt. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat volgens de NEN 5707 norm puinresten op de locatie de locatie als asbestverdacht kwalificeren en dat Novaflow daarom verplicht was asbestonderzoek uit te voeren.
Verder stelde Novaflow dat de last onder dwangsom niet proportioneel was omdat geen waarschuwing of voorlichting was gegeven. De Afdeling verwierp dit en stelde dat de staatssecretaris binnen zijn beleidsvrijheid de last mocht opleggen zonder voorafgaande waarschuwing. Ook het verzoek om de last in tijd te beperken werd afgewezen omdat de Algemene wet bestuursrecht voorziet in opheffing na een jaar indien de dwangsom niet is verbeurd. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van Novaflow tegen de last onder dwangsom wegens overtreding van het Besluit bodemkwaliteit is ongegrond verklaard.