ECLI:NL:RVS:2018:4230
Raad van State
- Hoger beroep
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling toegewezen vergoeding na onrechtmatige bewaring en ophouding
De vreemdeling werd op 6 november 2018 een maatregel van ophouding voor gehoor opgelegd en in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. In hoger beroep erkende de staatssecretaris dat de ophouding onrechtmatig was omdat de vreemdeling een rechtmatig verblijvende Dublinclaimant was.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat zij onbevoegd was om het hoger beroep tegen de uitspraak over de ophouding te behandelen, omdat de wet dit uitsluit. Wel oordeelde zij dat het hoger beroep tegen de uitspraak over de bewaring gegrond is, omdat de rechtbank onvoldoende rekening hield met de belangenafweging na de onrechtmatige ophouding.
De uitspraak van de rechtbank over de bewaring werd vernietigd en het beroep van de vreemdeling gegrond verklaard. De Afdeling kende een vergoeding toe over de periode van 6 tot 20 november 2018, en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten. De vrijheidsontnemende maatregel was inmiddels opgeheven, waardoor een bevel achterwege bleef.
Uitkomst: Hoger beroep tegen bewaring gegrond verklaard, uitspraak rechtbank vernietigd en vergoeding toegekend.