ECLI:NL:RVS:2018:4232
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- J.J. van Eck
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens geloofwaardigheidsbeoordeling bekering
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat de staatssecretaris een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van de overwegingen.
Zowel de vreemdeling als de staatssecretaris gingen in hoger beroep tegen deze uitspraak. De Raad van State oordeelde dat het hoger beroep van de staatssecretaris ongegrond is en dat van de vreemdeling gegrond is. De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verbetert de gronden.
De kern van de zaak betreft de geloofwaardigheid van de door de vreemdeling gestelde bekering tot het christendom. De Raad benadrukt dat de staatssecretaris in het nieuwe besluit een integrale geloofwaardigheidsbeoordeling moet maken, waarbij de verklaringen over de bekering in Iran en de voortgaande bekering in Nederland nauw verweven zijn en niet afzonderlijk beoordeeld kunnen worden.
Daarnaast wordt de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 1.002,00 aan de vreemdeling wegens beroepsmatige rechtsbijstand.
Uitkomst: De afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor een integrale geloofwaardigheidsbeoordeling van de bekering.