ECLI:NL:RVS:2018:4254
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Verklaring Omtrent het Gedrag na veroordeling voor bezit kinderpornografie
Appellant heeft een aanvraag ingediend voor een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) om als vrijwilliger bij de Scouting Gelre Groep te kunnen functioneren. De staatssecretaris weigerde de VOG op grond van een eerdere veroordeling van appellant voor bezit en/of verspreiding van kinderpornografie, een zedendelict.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze weigering ongegrond. Appellant voerde aan dat het objectieve criterium niet was voldaan omdat hij niet met minderjarigen zou werken en dat hij slechts lid wilde blijven. De Raad van State oordeelde dat het objectieve criterium terecht werd toegepast, omdat de functie van vrijwilliger bij de scouting een gezags- en afhankelijkheidsrelatie met minderjarigen inhoudt, waardoor het risico voor de samenleving aanwezig blijft.
Appellant stelde ook dat het subjectieve criterium onvoldoende was meegewogen, met het argument dat zijn sociale netwerk bij de scouting ligt en dat hij geen recidive heeft gepleegd. De Raad van State stelde vast dat de staatssecretaris wel degelijk zijn belangen heeft meegewogen, maar dat het maatschappelijke belang om kwetsbare groepen te beschermen zwaarder weegt.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de VOG-aanvraag vanwege het risico voor kwetsbare personen door de eerdere veroordeling van appellant.