ECLI:NL:RVS:2018:4277
Raad van State
- Hoger beroep
- D.J.C. van den Broek
- Rechtspraak.nl
Weigering bijschrijving leidinggevende Drank- en Horecawetvergunning wegens slecht levensgedrag
Appellante verzocht op 1 juni 2016 om bijschrijving als leidinggevende op het aanhangsel van de Drank- en Horecawetvergunning voor een horecabedrijf in Heerlen. De burgemeester weigerde dit op grond van slecht levensgedrag, gebaseerd op strafbare feiten uit 2008-2009 en een alcoholgerelateerde overtreding in 2013.
De rechtbank Limburg verklaarde het beroep van appellante tegen deze weigering ongegrond, waarbij werd meegewogen dat de gepleegde strafbare feiten zeer ernstig waren, dat appellante bijna meerderjarig was ten tijde van deze feiten en dat het rijden onder invloed relatief recent was. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar minderjarigheid en wilsgebreken destijds onvoldoende waren meegewogen en dat zij de opgelegde klinische behandeling succesvol had afgerond.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State volgde dit niet en oordeelde dat ook strafbare feiten gepleegd als minderjarige mogen worden betrokken bij de beoordeling van slecht levensgedrag. De persoonlijke omstandigheden mochten weliswaar niet voor het eerst in hoger beroep worden ingebracht, maar de Afdeling achtte de weigering van de burgemeester gegrond gelet op de ernst van de feiten en het korte tijdsverloop sinds het rijden onder invloed.
De Afdeling bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de burgemeester om appellante als leidinggevende bij te schrijven wegens haar verleden van ernstig strafbaar gedrag.