ECLI:NL:RVS:2019:4258
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake weigering bijschrijving beheerder coffeeshop wegens slecht levensgedrag
De burgemeester van Rotterdam wees een aanvraag af om een persoon bij te schrijven als beheerder op de beheerdersbijlage van een exploitatievergunning voor een coffeeshop, omdat deze persoon niet voldeed aan het vereiste van niet van slecht levensgedrag zijn. Dit was gebaseerd op een ernstige schending van de gedoogvoorwaarden uit 2013, waarbij een handelsvoorraad softdrugs werd overschreden.
De rechtbank oordeelde dat het gedrag onvoldoende ernstig was om slecht levensgedrag aan te nemen en verklaarde het beroep gegrond, waardoor de burgemeester werd opgedragen de bijschrijving te effectueren. De burgemeester ging hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank ten onrechte het standpunt van de burgemeester verwierp en bevestigde dat het bezit van een grote handelsvoorraad softdrugs een ernstige schending van de gedoogvoorwaarden vormt. De Afdeling stelde dat het bestuursrechtelijk criterium van slecht levensgedrag niet beperkt is tot strafrechtelijke sancties en dat de burgemeester terecht een bestuurlijke maatregel kan nemen.
Verder werd geoordeeld dat het vereiste van niet van slecht levensgedrag voldoende objectief en duidelijk is en niet in strijd met het verbod op willekeur, het rechtszekerheidsbeginsel of de Dienstenrichtlijn. Het beroep van de vennootschap en de persoon werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond, waarmee de afwijzing van de bijschrijving bevestigd wordt.