ECLI:NL:RVS:2018:4285
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing vergoeding proceskosten bij aanvraag toevoeging rechtsbijstand voor ongedaan maken tenaamstelling caravans
De appellant vroeg rechtsbijstand aan om de registratie van vijf caravans op zijn naam bij de RDW ongedaan te maken, omdat deze registratie onjuist was en zijn vermogen hoger deed lijken dan het werkelijk was. De raad voor rechtsbijstand wees de aanvraag aanvankelijk af omdat het een probleem betrof waarvoor geen advocaat nodig zou zijn. Na bezwaar werd de toevoeging alsnog verleend, maar de vergoeding van de kosten voor de bezwaarprocedure werd afgewezen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het besluit niet herroepen was wegens aan de raad te wijten onrechtmatigheid. De appellant stelde dat de raad had moeten vragen om nadere inlichtingen en hem horen voordat het besluit werd genomen, en dat de raad niet eenduidig reageerde op aanvragen.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de raad terecht het verzoek om vergoeding van proceskosten had afgewezen omdat de aanvraag aanvankelijk onvoldoende was gemotiveerd en het juridisch geschil pas uit het bezwaar duidelijk werd. De raad was niet verplicht om nadere inlichtingen te vragen of appellant te horen voorafgaand aan het besluit. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de vergoeding van proceskosten bevestigd.