ECLI:NL:RVS:2018:4288
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- A.W.M. Bijloos
- D.A. Verburg
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete voor overtreding Wet arbeid vreemdelingen wegens illegale tewerkstelling
De zaak betreft een hoger beroep van een onderneming tegen een boete opgelegd door de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). De boete werd oorspronkelijk vastgesteld op €72.000, verlaagd naar €48.000 en uiteindelijk door de rechtbank vastgesteld op €45.500.
De overtreding betrof het laten verrichten van werkzaamheden door twee vreemdelingen zonder de vereiste tewerkstellingsvergunningen en het niet meewerken aan de vaststelling van de identiteit van een derde persoon die zich aan controle onttrok. De onderneming voerde aan dat zij niet als werkgever kon worden aangemerkt en dat de waarnemingen onjuist waren, maar dit werd niet aannemelijk gemaakt.
De Raad van State oordeelde dat de bewijslast bij het bestuursorgaan ligt en dat bij twijfel het voordeel van de twijfel aan de betrokkene moet worden gegeven. Echter, de waarnemingen van de arbeidsinspecteurs, loonadministratie en verklaringen bevestigden de overtreding. Ook het betoog dat de boete onevenredig hoog was, werd verworpen omdat de onderneming geen inzicht gaf in haar financiële situatie.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde daarom het vonnis van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €45.500 wegens illegale tewerkstelling en onvoldoende medewerking.