ECLI:NL:RVS:2018:429
Raad van State
- Hoger beroep
- B.J. van Ettekoven
- H.G. Sevenster
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boetebesluit wegens niet onverwijld melden calamiteit door ziekenhuis
De Stichting Ziekenhuisgroep Twente (ZGT) kreeg een bestuurlijke boete van €12.730 opgelegd door de minister van Volksgezondheid wegens het niet onverwijld melden van een calamiteit die op 19 oktober 2014 in het ziekenhuis had plaatsgevonden. ZGT had de calamiteit pas op 12 januari 2015 gemeld, terwijl de meldplicht binnen zes weken en drie werkdagen geldt. De rechtbank verklaarde het beroep van ZGT ongegrond, waarna ZGT hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelt dat de termijn van zes weken voor onderzoek naar de calamiteit in het algemeen niet onredelijk is, maar dat de rechtbank ten onrechte heeft aangenomen dat ZGT de gemiddelde duur van het niet melden moest worden toegerekend. Gezien de duur van ruim vijf weken moet worden uitgegaan van een korte duur, wat een verlichtende omstandigheid is. Tevens is het hanteren van de beleidsregels uit 2014 als vaste gedragslijn door de minister geoorloofd, ondanks dat deze beleidsregels later zijn ingetrokken.
De Raad van State vernietigt het besluit van 18 maart 2016 en het primaire boetebesluit van 17 november 2015, stelt de boete vast op €9.547,50 en veroordeelt de minister tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak treedt in de plaats van het vernietigde besluit.
Uitkomst: Boete voor niet onverwijld melden calamiteit wordt verlaagd naar €9.547,50 en eerdere besluiten worden vernietigd.