ECLI:NL:RBOVE:2016:3270
Rechtbank Overijssel
- Bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke boete wegens niet tijdig melden calamiteit in ziekenhuis bevestigd
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de rechtbank Overijssel geoordeeld over het beroep van een ziekenhuis tegen een bestuurlijke boete opgelegd door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport wegens het niet tijdig melden van een calamiteit. De calamiteit betrof het overlijden van een patiënt op 19 oktober 2014, waarbij het ziekenhuis de melding pas op 12 januari 2015 deed, ruim na de door de Inspectie gehanteerde termijn van zes weken voor intern onderzoek.
De rechtbank overwoog dat de wettelijke verplichting tot onverwijld melden inhoudt dat de melding zo spoedig mogelijk na het incident moet plaatsvinden. De gehanteerde termijn van zes weken voor het intern onderzoek wordt als redelijk beschouwd, tenzij de instelling aannemelijk maakt dat deze termijn onvoldoende was. Het ziekenhuis slaagde hier niet in en kon niet verklaren waarom het onderzoek zo lang duurde.
Verder werd vastgesteld dat de bevoegdheid tot het opleggen van de bestuurlijke boete voortvloeit uit de Kwaliteitswet en niet uit beleidsregels. De boete van €12.730 werd als proportioneel beoordeeld, mede omdat het ziekenhuis al eerder een te late melding had gedaan en de maximale boete niet werd opgelegd. Het beroep werd ongegrond verklaard en de beslissing van de Minister gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep van het ziekenhuis tegen de bestuurlijke boete wegens niet tijdig melden van een calamiteit is ongegrond verklaard.