ECLI:NL:RVS:2018:4317
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- R. van der Spoel
- D.A. Verburg
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing wegens onjuist buiten beschouwing laten nadere beroepsgronden in asielprocedure
De staatssecretaris heeft op 1 mei 2017 het verzoek van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 9 november 2017 ongegrond verklaarde. De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de beoordeling door de rechtbank van nadere beroepsgronden die de vreemdeling op 22 september 2017 had ingediend. De rechtbank had deze nadere beroepsgronden buiten beschouwing gelaten wegens strijd met de goede procesorde, omdat zij te laat waren ingediend en de staatssecretaris onvoldoende gelegenheid zou hebben gehad zich voor te bereiden.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde echter dat de nadere beroepsgronden tijdig waren ingediend, de staatssecretaris hiervan op de hoogte was en zich adequaat had kunnen voorbereiden. Bovendien waren de nadere beroepsgronden inhoudelijk niet nieuw, maar grotendeels een herhaling van eerdere gronden. De rechtbank had daarom onjuist gehandeld door deze buiten beschouwing te laten.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verwees de zaak terug voor inhoudelijke behandeling van alle beroepsgronden. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor verdere behandeling.