ECLI:NL:RVS:2018:4322
Raad van State
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet gegrond tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep bestuursdwangkosten bij onjuiste verzending besluit
Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam legde bestuursdwang op vanwege het onjuist aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen. De kosten hiervan werden aan opposante opgelegd. Opposante maakte bezwaar en stelde beroep in tegen het besluit. De Afdeling bestuursrechtspraak verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de beroepstermijn, omdat het besluit op 6 oktober 2016 zou zijn verzonden en het beroep pas op 3 juli 2017 werd ingediend.
Opposante maakte verzet tegen deze niet-ontvankelijkverklaring en stelde dat zij het besluit niet tijdig had ontvangen. De Raad van State oordeelde dat het bestuursorgaan niet aannemelijk had gemaakt dat het besluit daadwerkelijk op 6 oktober 2016 was verzonden, omdat de overgelegde schermafdrukken alleen het printen van het besluit aantoonden en niet de daadwerkelijke verzending. Hierdoor begon de beroepstermijn pas op 9 juni 2017, waardoor het beroep tijdig was ingediend.
Inhoudelijk oordeelde de Raad van State dat opposante als overtreder kon worden aangemerkt, omdat de vuilniszak met haar naam en adres onjuist was aangeboden naast de container. Opposante slaagde er niet in aannemelijk te maken dat zij niet de overtreder was. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
De verzetuitspraak verving de eerdere niet-ontvankelijkverklaring en de proceskosten voor het verzet werden aan opposante vergoed. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 21 november 2018.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wordt gegrond verklaard, het beroep inhoudelijk ongegrond verklaard en de proceskosten voor het verzet aan opposante vergoed.