ECLI:NL:RVS:2018:440

Raad van State

Datum uitspraak
30 januari 2018
Publicatiedatum
8 februari 2018
Zaaknummer
201800256/2/A1
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Rechters
  • D.A.C. Slump
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbWet algemene bepalingen omgevingsrecht
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening tegen omgevingsvergunning voor zorghotel Zwanenhof te Zenderen

Het college van burgemeester en wethouders van Borne heeft op 21 juli 2016 een omgevingsvergunning verleend aan De Zwanenhof B.V. voor de bouw van het zorghotel Zwanenhof te Zenderen. Verzoekers, wonend in de gemeente Borne, maakten bezwaar tegen dit besluit, dat door het college op 5 juli 2017 ongegrond werd verklaard. Vervolgens werd het beroep van verzoekers bij de voorzieningenrechter van de rechtbank eveneens ongegrond verklaard op 8 januari 2018.

Verzoekers hebben daarop bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verzocht om een voorlopige voorziening, namelijk de schorsing van het besluit tot omgevingsvergunning totdat de bodemprocedure is afgerond. De voorzieningenrechter heeft dit verzoek afgewezen. De gronden van verzoekers betreffen onder meer de toepassing van de reguliere procedure van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht gezien de omvang van het bouwwerk.

De Afdeling heeft eerder in een uitspraak van 7 juni 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:1516) al geoordeeld over de mogelijkheid om op het perceel een zorghotel te bouwen in het kader van het bestemmingsplan. Tijdens de zitting bleek geen nieuwe belemmering voor de bedrijfsvoering van verzoekers, anders dan de grotere omvang van het bouwwerk.

Het college gaf aan bij een gegrond hoger beroep bereid te zijn een vergunning voor afwijking van het bestemmingsplan te verlenen. De voorzieningenrechter vond het belang van verzoekers bij stopzetting van de bouw onvoldoende zwaar tegenover het belang van De Zwanenhof B.V. bij spoedige realisering van het project. Tevens wees de voorzieningenrechter erop dat een vergunninghouder op eigen risico handelt zolang een vergunning niet onherroepelijk is.

Uitkomst: Het verzoek tot schorsing van de omgevingsvergunning voor het zorghotel Zwanenhof is afgewezen.

Uitspraak

201800256/2/A1.
Datum uitspraak: 30 januari 2018
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
[verzoeker A] en [verzoeker B], beiden wonend te Zenderen, gemeente Borne,
verzoekers,
en
het college van burgemeester en wethouders van Borne,
verweerder.
Openbare zitting gehouden op 30 januari 2018 om 13:45 uur.
Tegenwoordig:
Staatsraad mr. D.A.C. Slump, voorzieningenrechter
griffier: mr. S. Vermeulen
Verschenen:
[verzoeker A] en [verzoeker B], vertegenwoordigd door ing. M.H. Middelkamp;
Het college, vertegenwoordigd door mr. M. Kruit, ing. D.M. Holtslag en mr. A. Otten;
De Zwanenhof B.V., vertegenwoordigd door mr. J. Gundelach, advocaat te Almelo, en [gemachtigde].
Het college heeft bij besluit van 21 juli 2016 aan De Zwanenhof B.V. omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van het Zorghotel Zwanenhof te Zenderen. Bij besluit van 5 juli 2017 heeft het college het bezwaar van [verzoeker A] en [verzoeker B] ongegrond verklaard. Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 8 januari 2018 van de voorzieningenrechter van de rechtbank waarin het beroep van [verzoeker A] en [verzoeker B] ongegrond is verklaard. [verzoeker A] en [verzoeker B] hebben de voorzieningenrechter verzocht het besluit van 21 juli 2016 te schorsen totdat de Afdeling uitspraak heeft gedaan in de bodemprocedure.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek af.
Gronden
•    De Afdeling zal in de bodemprocedure de door [verzoeker A] en [verzoeker B] aangevoerde gronden beoordelen. De gronden strekken er onder andere toe dat gelet op de afmetingen van het vergunde bouwwerk ten onrechte de reguliere procedure van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is toegepast.
•    De mogelijkheid om op het perceel een zorghotel te bouwen en als zodanig te gebruiken is reeds beoordeeld door de Afdeling in het kader van het beroep van [verzoeker A] en [verzoeker B] tegen het bestemmingsplan "Buitengebied, herziening Zwanenhof" in de uitspraak van 7 juni 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1516. Gelet op het verhandelde ter zitting is niet gebleken van belemmeringen voor de bedrijfsvoering van [verzoeker A] en [verzoeker B] die niet in de procedure over het bestemmingsplan zijn beoordeeld, anders dan de mogelijk grotere omvang van het bouwwerk.
•    Het college heeft ter zitting te kennen gegeven dat het bij een eventueel gegrond hoger beroep van [verzoeker A] en [verzoeker B] voornemens is om een omgevingsvergunning voor afwijking van het bestemmingsplan te verlenen voor het bouwplan.
•    Gelet hierop acht de voorzieningenrechter het belang van [verzoeker A] en [verzoeker B] bij stopzetting van verdere bouwwerkzaamheden, afgezet tegen het belang van De Zwanenhof B.V. bij een spoedige realisering van de beoogde combinatie van een zorghotel en retraitehuis op één locatie van onvoldoende gewicht.
•    Daarbij wijst de voorzieningenrechter erop dat zolang een vergunning niet in rechte onaantastbaar is, een vergunninghouder op eigen risico van een verleende vergunning gebruik maakt, ook als een verzoek, als thans aan de orde, wordt afgewezen.
w.g. Slump    w.g. Vermeulen
voorzieningenrechter    griffier
700.