ECLI:NL:RVS:2018:457
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep asielzaak
De vreemdeling heeft bij besluit van 9 januari 2018 een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke is afgewezen door de staatssecretaris. Hiertegen heeft de vreemdeling beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 5 februari 2018 ongegrond verklaarde. De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft overwogen dat het verzoek om niet uitgezet te worden en om opvang en verstrekkingen gedurende het hoger beroep te ontvangen, gegrond is op grond van eerdere jurisprudentie (ECLI:NL:RVS:2016:3350). Daarom is besloten de vreemdeling te beschermen tegen uitzetting totdat het hoger beroep is afgerond.
Daarnaast is de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €501,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak werd gedaan op 9 februari 2018 door de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.