ECLI:NL:RVS:2018:462
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H. Troostwijk
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid asielaanvraag wegens veilig derde land
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verklaarde op 8 december 2016 de asielaanvraag van de vreemdeling niet-ontvankelijk omdat de Verenigde Arabische Emiraten (VAE) als veilig derde land werden beschouwd. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris ging in hoger beroep tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat de motivering van de staatssecretaris omtrent de VAE als veilig derde land niet anders was dan in een eerdere uitspraak (ECLI:NL:RVS:2017:3381) waarin deze motivering werd afgewezen. Hierdoor kon het hoger beroep niet slagen.
De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, die volledig toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak werd op 12 februari 2018 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag wegens de VAE als veilig derde land en veroordeelt de staatssecretaris tot proceskostenvergoeding.