ECLI:NL:RVS:2017:3381
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H. Troostwijk
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Beoordeling veilig derde land: VAE niet deugdelijk als veilig derde land aangemerkt in asielprocedure
De staatssecretaris verklaarde de asielaanvraag van een Syrische vreemdeling niet-ontvankelijk op grond van het bestaan van een veilig derde land, de Verenigde Arabische Emiraten (VAE). De rechtbank vernietigde dit besluit omdat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd dat de vreemdeling in de VAE bescherming ontvangt volgens de beginselen van het Vluchtelingenverdrag en de Procedurerichtlijn.
De Raad van State overweegt dat het niet ratificeren van het Vluchtelingenverdrag door de VAE op zich niet uitsluit dat het land als veilig derde land kan worden aangemerkt. Wel moet de staatssecretaris deugdelijk aantonen dat de vreemdeling in het derde land wordt behandeld conform de beginselen, waaronder non-refoulement en toegang tot vluchtelingenstatus en bescherming.
Uit de aangevoerde rapporten van de UNHCR en het US State Department blijkt dat de VAE geen nationale wetgeving kent voor het toekennen van vluchtelingenstatus en dat de bescherming afhankelijk is van de UNHCR. Er is onduidelijkheid over de daadwerkelijke bescherming, toegang tot voorzieningen en naleving van non-refoulement. De staatssecretaris heeft dit onvoldoende gemotiveerd, waardoor het beroep ongegrond is en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.
De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van € 990,00.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.