ECLI:NL:RVS:2018:589
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over bestuursrechtelijk beroep tegen ABP inzake informatieverzoek
Appellant verzocht het ABP om alle correspondentie met betrekking tot een primair besluit en besluit op bezwaar. Het ABP stuurde stukken toe, waarna appellant op grond van de Wob om aanvullende stukken vroeg. Het ABP gaf aan geen extra stukken te hebben. Appellant stelde beroep in wegens het niet tijdig nemen van een besluit. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat het ABP geen bestuursorgaan zou zijn en geen doorzendplicht zou hebben.
In hoger beroep oordeelt de Afdeling dat het ABP als onder verantwoordelijkheid van de minister werkzame instelling moet worden beschouwd en dat het ABP namens de minister heeft besloten op het verzoek. De rechtbank had het beroep inhoudelijk moeten beoordelen. De Afdeling vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond omdat niet is gebleken dat het ABP niet de volledige informatie heeft verstrekt.
De Afdeling gelast terugbetaling van het betaalde griffierecht aan appellant. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van de minister wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.