Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Gran Casino Lelystad B.V., te Lelystad, verzoekster
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Lelystad, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
- de Verklaring omtrent het Gedrag (VOG);
- het plan van aanpak openbare orde, waarin is aangegeven op welke wijze door verzoekster wordt bijgedragen aan het voorkomen van openbare orde verstoringen;
- het plan van aanpak ter voorkoming en bestrijding van gokverslaving, waarin concreet is beschreven hoe verslaving door de exploitant wordt herkend en tegengegaan;
- het plan van aanpak, waarin maatregelen zijn opgenomen ter voorkoming van de verstoring van woon- en leefsituatie in de omgeving van de speelautomatenhal.
geenvertrouwelijk verstrekte bedrijfsgegevens bevatten zodat artikel 10, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wob niet aan openbaarmaking in de weg staat. Op deze manier kan de voorzieningenrechter niet beoordelen of verweerder bij het bestreden besluit de onderdelen van de plannen van aanpak terecht openbaar heeft gemaakt. Verweerder moet deze documenten in de beroepsprocedure dus alsnog in ongelakte vorm overleggen.
niettegen openbaarmaking van (onderdelen van) de plannen van aanpak verzet. Evenmin heeft verweerder in het verweerschrift haar standpunt hierover toegelicht. Verweerder heeft geen kenbare belangenafweging gemaakt zodat niet duidelijk is waarom verzoekster door de openbaarmaking van haar plan van aanpak niet wordt benadeeld. Verder heeft verweerder niet toegelicht dat de benadeling voor verzoekster of de bevoordeling voor een derde niet onevenredig is. De voorzieningenrechter kan daarom evenmin beoordelen of ook die weigeringsgrond zich niet tegen (gedeeltelijke) openbaarmaking verzet. Verweerder zal ook daarvoor in de beroepsprocedure een aanvullende motivering moeten geven.
Beslissing
- schorst het bestreden besluit tot zes weken na de uitspraak op het beroep;
- draagt verweerder op om binnen vier weken in de zaak UTR 19/2707 de gevraagde documenten te overleggen en een aanvullende motivering op het bestreden besluit te geven;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 345,- aan verzoekster te vergoeden;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 1.024,-.