ECLI:NL:RVS:2018:617
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- J.J. van Eck
- D.A. Verburg
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering geloofwaardigheid
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 8 februari 2017 de aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af en weigerde hem toegang tot Nederland. Tevens werd een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd. De vreemdeling beriep zich op een reëel risico op schending van artikel 3 EVRM Pro vanwege zijn seksuele gerichtheid in Kameroen.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit, waarbij de staatssecretaris werd opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de overwegingen. De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank terecht het besluit vernietigde, maar dat de rechtbank op enkele punten haar eigen oordeel over de geloofwaardigheid van het asielrelaas in de plaats had gesteld van dat van de staatssecretaris. Desondanks kon dit niet leiden tot vernietiging van de uitspraak, omdat de staatssecretaris onvoldoende gemotiveerd had waarom bepaalde aspecten van het asielrelaas ongeloofwaardig zouden zijn.
De Afdeling bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van €501,00 aan de vreemdeling. Het hoger beroep werd kennelijk ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Afdeling bevestigt de vernietiging van het afwijzingsbesluit en veroordeelt de staatssecretaris tot proceskostenvergoeding.