ECLI:NL:RVS:2016:3007
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vaststelling ongeloofwaardigheid asielrelaas en vernietiging uitspraak rechtbank Den Haag
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris werd afgewezen. De rechtbank Den Haag had dit besluit vernietigd en de staatssecretaris opgedragen een nieuw besluit te nemen, waarbij de rechtbank het asielrelaas geloofwaardig achtte.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak, stellende dat de rechtbank buiten de grenzen van de wettelijke toetsing was getreden door haar eigen oordeel over de geloofwaardigheid te geven in plaats van dat van de staatssecretaris. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank inderdaad haar eigen oordeel had geplaatst boven dat van de staatssecretaris, wat niet is toegestaan.
De Afdeling heeft vervolgens het besluit van de staatssecretaris zelf getoetst en geoordeeld dat het asielrelaas onvoldoende geloofwaardig was, onder meer omdat de vreemdeling geen concrete details kon geven over zijn militaire dienst, detentie en ontsnapping. Ook de bewering dat hij tot de Nuba-bevolkingsgroep behoort en daardoor vervolging vreest, werd onvoldoende onderbouwd.
Daarom verklaarde de Afdeling het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt gehandhaafd.