ECLI:NL:RVS:2018:626
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H.G. Lubberdink
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vaststelling ongeloofwaardigheid seksuele gerichtheid bij asielaanvraag Nigeriaanse vreemdeling
De staatssecretaris wees op 11 mei 2016 de aanvraag van een Nigeriaanse vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde dat zij vanwege haar seksuele gerichtheid bij terugkeer naar Nigeria vervolging of een schending van artikel 3 EVRM Pro zou ondervinden. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit.
De staatssecretaris ging in hoger beroep en voerde aan dat de vreemdeling onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij vanwege haar seksuele gerichtheid bescherming behoefde. De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris terecht waarde hechtte aan de verklaringen van de vreemdeling en dat de door haar overgelegde medische stukken niet aantonen dat zij geheel niet in staat was haar seksuele gerichtheid te verklaren.
De Raad stelde vast dat de verklaringen van de vreemdeling over haar seksuele gerichtheid summier en ongeloofwaardig waren, mede omdat zij geen basale informatie kon geven over haar vermeende relatie en onvoldoende inzicht gaf in haar gevoelens en ervaringen. De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van haar asielaanvraag gehandhaafd.