ECLI:NL:RVS:2018:643
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen ontheffing verstoring vleermuizen Bavelselaan Breda afgewezen
De minister verleende op 8 november 2016 een ontheffing aan de gemeente Breda voor het verstoren van verblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis en de laatvlieger in het kader van het project Bavelselaan. Tegen dit besluit maakte [appellante] bezwaar en stelde beroep in, dat door de rechtbank ongegrond werd verklaard. De Raad van State behandelde het hoger beroep en het verzoek om voorlopige voorziening.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het belang van [appellante] bij behoud van haar leefomgeving verweven is met de belangen die de Wet natuurbescherming beschermt, waardoor het eerdere oordeel van de rechtbank niet houdbaar was. De Raad van State toetste vervolgens het besluit van 5 september 2017 inhoudelijk.
De Raad concludeerde dat het onderzoek waarop het besluit was gebaseerd zorgvuldig was uitgevoerd en dat de minister de afwijkingen van het Vleermuisprotocol en de mitigerende maatregelen voldoende had gemotiveerd. Ook was het belang van volksgezondheid en openbare veiligheid, vanwege het breukrisico van een asbestcement gasleiding, terecht betrokken bij de beslissing. Alternatieve oplossingen zonder kap van bomen waren niet aannemelijk.
Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De griffierechten werden aan [appellante] terugbetaald.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.