ECLI:NL:RVS:2018:693
Raad van State
- Hoger beroep
- R.J.J.M. Pans
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek tegemoetkoming kinderopvangkosten 2009
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam bij besluit van 7 augustus 2009 het verzoek van appellante om een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang over 2009 afgewezen, omdat zij niet de gevraagde contractstukken heeft overgelegd. Appellante heeft geen bezwaar gemaakt tegen dit besluit.
Later verzocht appellante om herziening van dit besluit, stellende dat de gevraagde stukken wel in het dossier van het college aanwezig waren. Het college wees dit verzoek af op grond van het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden zoals bedoeld in artikel 4:6, tweede lid, Awb. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en dit oordeel is in hoger beroep bevestigd.
De Raad van State overwoog dat het college terecht overeenkomstige toepassing gaf aan artikel 4:6, tweede lid, Awb en dat er geen sprake was van evidente onredelijkheid of onjuistheid van het oorspronkelijke besluit. Ook het betoog dat appellante in de beroepsprocedure niet in de gelegenheid was gesteld om aanvullende stukken over te leggen, faalde omdat deze niet tijdig waren ingediend.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.