ECLI:NL:RVS:2018:723
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- A.B.M. Hent
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake vrijheidsontnemende maatregel vreemdeling
Bij besluit van 23 september 2017 legde de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aan een vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel op. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 3 oktober 2017 het beroep gegrond verklaarde, de maatregel ophefte en schadevergoeding toekende.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de staatssecretaris de motivering omtrent het risico op onttrekking aan toezicht onvoldoende had onderbouwd. De Afdeling vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank.
De Afdeling toetste vervolgens de vrijheidsontnemende maatregel zelf en concludeerde dat de staatssecretaris de belangenafweging deugdelijk had gemotiveerd, onder meer met inachtneming van het arrest Mahdi van het Hof van Justitie. Ook was het zicht op uitzetting voldoende gemotiveerd, ondanks het lopende asielproces en het verzoek om voorlopige voorziening.
Het beroep van de vreemdeling werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en het beroep van de vreemdeling bij die rechtbank werd afgewezen.
Uitkomst: De vrijheidsontnemende maatregel blijft gehandhaafd en het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard.