ECLI:NL:RVS:2018:754
Raad van State
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet tijdig bekendgemaakte omgevingsvergunning gebruik gebouw
Appellante, eigenaar van een gebouw op een perceel met bestemming bedrijventerrein, stelde beroep in tegen het niet tijdig bekendmaken van een volgens haar van rechtswege verleende omgevingsvergunning voor het gebruik van het gebouw voor reguliere detailhandel.
De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat de brief van 19 juli 2016 geen aanvraag in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) was. Appellante stelde dat de brief wel degelijk een aanvraag was, maar de Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de brief slechts een verzoek om planologische medewerking inhield en geen concreet, ondubbelzinnig verzoek tot vergunningverlening.
Het college had het bezwaar van appellante tegen eerdere brieven niet-ontvankelijk verklaard, wat door de Afdeling werd bevestigd. De motivering van het college was voldoende, ondanks een kennelijke verschrijving in het advies van de Bezwaarschriftencommissie.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 19 juni 2017 wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.