ECLI:NL:RVS:2018:831
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- B.P. Vermeulen
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging sluiting woning wegens aanwezigheid handelshoeveelheid amfetamine
Op 10 december 2015 werd in de woning van appellante 1,8 gram amfetamine aangetroffen, wat de burgemeester deed besluiten tot sluiting van de woning voor drie maanden op grond van artikel 13b van de Opiumwet. Appellante voerde aan dat de hoeveelheid uitsluitend voor eigen gebruik was en dat het besluit onjuist was bekendgemaakt. De rechtbank oordeelde dat de burgemeester bevoegd was en het besluit rechtmatig was.
De Raad van State bevestigt deze uitspraak en stelt dat bij een hoeveelheid boven 0,5 gram harddrugs wordt aangenomen dat deze mede bestemd is voor verkoop, tenzij het tegendeel aannemelijk wordt gemaakt. Appellante heeft dit niet gedaan. De burgemeester heeft bovendien aanwijzingen van handel, zoals gripzakjes en digitale weegschalen, meegewogen.
Verder oordeelt de Raad dat het beleid om bij een eerste constatering van een handelshoeveelheid direct tot sluiting over te gaan niet onredelijk is en dat de last tot sluiting niet onevenredig is, mede omdat de kinderen van appellante al uit huis geplaatst waren en zij elders woonruimte heeft gevonden. De sluiting is een wettelijke en noodzakelijke maatregel ter bescherming van het woon- en leefklimaat en de openbare orde.
Uitkomst: De sluiting van de woning wegens handelshoeveelheid amfetamine wordt bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.