ECLI:NL:RVS:2018:850
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen terugvordering kinderopvangtoeslag 2012
Appellante ontving in 2012 een voorschot kinderopvangtoeslag, waarvan de Belastingdienst/Toeslagen bij definitieve vaststelling een deel terugvorderde wegens minder afgenomen opvanguren. Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, maar de rechtbank verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat het niet tijdig was ingediend.
In hoger beroep betoogde appellante dat zij het besluit van 6 maart 2015 niet had ontvangen en dat zij erop mocht vertrouwen dat bezwaar mogelijk was tegen de brief van 11 maart 2015 met de acceptgiro. De Belastingdienst overlegde bewijs van verzending via administratiesystemen, waaruit bleek dat het besluit tijdig was verzonden naar het juiste adres.
De Afdeling oordeelde dat de acceptgirobrief geen besluit is waartegen bezwaar openstaat en dat het bezwaar tegen het besluit van 6 maart 2015 te laat was ingediend. Ook het betoog dat het bezwaar geacht moet worden te zijn gericht tegen een later besluit faalde omdat dit niet eerder was aangevoerd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.