Uitspraak
201010777/1/V1), hanteren de hoogste bestuursrechters alle als uitgangspunt dat, in het geval van niet aangetekende verzending van een besluit of een ander rechtens van belang zijnd document, het bestuursorgaan aannemelijk dient te maken dat het desbetreffende stuk is verzonden. De omstandigheid dat per post verzonden stukken in de regel op het daarop vermelde adres van de geadresseerde worden bezorgd, rechtvaardigt het vermoeden van ontvangst van het besluit of ander relevant document op dat adres. Dit brengt mee dat het bestuursorgaan in eerste instantie kan volstaan met het aannemelijk maken van verzending naar het juiste adres.
201104229/1/A2, afwijkt van die van besluiten over kinderopvangtoeslag, zodat de daarin door de Belastingdienst gegeven beschrijving van de verzending van besluiten per batch niet geldt voor besluiten als hier aan de orde. Om die reden bestaan van kinderopvangtoeslagbesluiten - anders dan van zorgtoeslagbesluiten - geen batchnummers aan de hand waarvan de verzending kan worden vastgesteld. De Afdeling acht aannemelijk dat de besluiten inzake kinderopvangtoeslag op de door de Belastingdienst beschreven wijze worden verzonden. Daarbij heeft de Afdeling in aanmerking genomen dat uit de geschiedenis van de totstandkoming van artikel 35 van Pro de Awir (MvT, Kamerstukken II, 2004/2005, 29764, nr. 3, blz. 59) blijkt dat de achtergrond van de afwijking die in deze bepaling staat, de geautomatiseerde werkwijze bij de Belastingdienst is die erop neerkomt dat besluiten van de Belastingdienst veelal op een latere dag zijn gedateerd dan die waarop de feitelijke bekendmaking plaatsvindt.