ECLI:NL:RVS:2018:923
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen weigering verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid had een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen, hem opgedragen Nederland onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod opgelegd. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat de staatssecretaris binnen zes weken na het gezag van gewijsde van de uitspraak een nieuw besluit moet nemen.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen, zodat hij geen uitvoering hoefde te geven aan de uitspraak van de rechtbank zolang het hoger beroep loopt. De voorzieningenrechter overwoog dat de staatssecretaris door het instellen van hoger beroep nog niet verplicht is een nieuw besluit te nemen en dat er geen ander spoedeisend belang was.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan de vreemdeling wegens rechtsbijstand. De uitspraak werd op 16 maart 2018 openbaar uitgesproken door voorzieningenrechter N. Verheij.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.