ECLI:NL:RVS:2019:1018
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- B.P. Vermeulen
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuurlijke boete en woningsluiting wegens hennepkwekerij en onttrekking woning aan bestemming
De zaak betreft het hoger beroep van een eigenaar van een woning in Utrecht tegen besluiten van de burgemeester en het college van burgemeester en wethouders. De burgemeester had de woning gesloten voor de duur van een jaar vanwege de aanwezigheid van een hennepkwekerij en het niet-bewoonbaar zijn van de woning. Het college legde daarnaast een bestuurlijke boete van €7.500 op wegens het zonder vergunning onttrekken van de woning aan de bestemming tot bewoning.
De rechtbank had eerder geoordeeld dat beide sancties gelijktijdig mochten worden opgelegd omdat zij verschillende doelen dienen: de sluiting als herstelsanctie gericht op het woon- en leefklimaat en de boete als bestraffende sanctie vanwege overtreding van de Huisvestingswet. De appellant stelde dat deze sancties elkaar tegenwerken en dat het college oneigenlijk gebruik maakte van zijn bevoegdheid, mede omdat hij door de strafrechter was vrijgesproken van betrokkenheid bij de hennepteelt.
De Raad van State oordeelt dat cumulatie van een herstelsanctie en een bestraffende sanctie in beginsel mogelijk is, omdat zij verschillende belangen beschermen. Het college mocht de mogelijke opbrengst van de hennepkwekerij meewegen bij de hoogte van de boete zonder daarmee zijn bevoegdheid te overschrijden. Hoewel de appellant strafrechtelijk is vrijgesproken, blijft hij als eigenaar verantwoordelijk voor het beheer van zijn woning. Gezien eerdere incidenten met zijn zoon en het beheer door die zoon, mocht het college aannemen dat sprake was van verwijtbaarheid. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de sluiting van de woning en de bestuurlijke boete van €7.500 wegens onttrekking aan de bestemming en hennepkwekerij.