ECLI:NL:RVS:2021:1666
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuurlijke boete voor onttrekking woonruimte zonder vergunning wegens hennepkwekerij
Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht legde op 17 mei 2019 een bestuurlijke boete van €7.500,- op aan de verhuurders van een woning die zonder vergunning onttrokken was aan de bestemming tot bewoning. Dit volgde op een politieonderzoek waarbij een hennepkwekerij werd aangetroffen in de woning. De verhuurders stelden dat zij niet wisten van het illegale gebruik en voldoende controles hadden uitgevoerd.
De rechtbank verklaarde het beroep van de verhuurders ongegrond en de Raad van State bevestigt deze uitspraak. De Raad overweegt dat verhuurders zich tot op zekere hoogte moeten informeren over het gebruik van hun pand en dat enkel bezoeken onvoldoende zijn. De verhuurders hadden geen gerichte afspraken gemaakt om het gebruik te controleren, geen schriftelijke huurovereenkomst met de tijdelijke huurder, en onvoldoende onderzoek gedaan.
De Raad benadrukt dat het college bevoegd was de boete op te leggen en dat bijzondere omstandigheden die tot matiging zouden kunnen leiden niet aannemelijk zijn gemaakt. Ook het feit dat de woning inmiddels gesloten en weer geopend is, leidt niet tot kwijtschelding van de boete. De bestuurlijke boete is een bestraffende sanctie, los van de herstelsanctie van sluiting. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de bestuurlijke boete van €7.500,- wordt bevestigd.