ECLI:NL:RVS:2019:1032
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuursrechtelijke sluiting en boete wegens exploitatie horeca zonder vergunning
De burgemeester van Groningen legde onder bestuursdwang de sluiting op van twee horecagelegenheden die zonder de vereiste Drank- en Horecawet- en exploitatievergunningen werden geëxploiteerd. Tevens werd een bestuurlijke boete opgelegd wegens het verstrekken van alcohol aan personen onder de 18 jaar.
Appellante voerde aan dat de exploitatie feitelijk door de curator werd voortgezet en dat zij slechts als financier optrad, waardoor zij niet als overtreder kon worden aangemerkt. De rechtbank wees deze bezwaren af en stelde vast dat de feitelijke exploitatie en het financiële risico bij appellante lagen.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt deze beoordeling. De curator was niet verantwoordelijk voor de exploitatie na het faillissement, maar deze was overgedragen aan appellante. De boete en bestuursdwangbesluiten zijn terecht opgelegd. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond; sluiting en boete bevestigd wegens exploitatie zonder vergunning.