ECLI:NL:RVS:2019:1073
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H.G. Lubberdink
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake weigering machtiging voorlopig verblijf wegens verbroken gezinsband
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 20 oktober 2016 de aanvraag van een staatloze Palestijn uit Syrië om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) af. De vreemdeling was de zoon van een referent die in Nederland een verblijfsvergunning asiel had gekregen. De staatssecretaris stelde dat de vreemdeling feitelijk niet meer tot het gezin van de referent behoorde, omdat de gezinsband na het vertrek van de referent was verbroken.
De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, maar het hof stelde in hoger beroep vast dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de staatssecretaris zijn standpunt onvoldoende had gemotiveerd. De staatssecretaris wees op contra-indicaties zoals het zelfstandig wonen en het voorzien in eigen onderhoud door de vreemdeling, die 27 jaar oud was en ervoor koos het gevonden werk niet te verrichten.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er was onvoldoende bewijs dat de feitelijke gezinsband niet was verbroken, waardoor de weigering van de mvv terecht was. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen de weigering van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt ongegrond verklaard.