ECLI:NL:RVS:2019:1083
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- J.J. van Eck
- A. Kuijer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing machtiging tot voorlopig verblijf
De vreemdeling diende een aanvraag in voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) als familie- of gezinslid bij een referent in Nederland. De staatssecretaris wees deze aanvraag op 19 mei 2016 af vanwege tegenstrijdigheden in de personalia van de referent. De vreemdeling maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit en beval de staatssecretaris een mvv te verlenen.
De staatssecretaris ging in hoger beroep en stelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat hij niet had betwist dat de echtgenoot en referent dezelfde persoon waren. Ook had de rechtbank ten onrechte zelf in de zaak voorzien door de verlening van de mvv op te dragen. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat deze grieven gegrond zijn.
De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd voor zover het besluit van 19 mei 2016 werd herroepen en de staatssecretaris werd gelast de mvv te verlenen. De rest van de uitspraak werd bevestigd. De staatssecretaris moet binnen twaalf weken een nieuw besluit nemen op het bezwaar, rekening houdend met de overwegingen van de rechtbank. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard en het deel van de uitspraak dat het besluit herroept en de mvv gelast is vernietigd, met opdracht aan de staatssecretaris een nieuw besluit te nemen.