ECLI:NL:RVS:2018:619
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- G. van der Wiel
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging gedeeltelijke rechtbankuitspraak inzake verblijfsvergunning asiel en bevestiging overige onderdelen
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 30 juni 2017 de aanvraag van een vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af, legde een vertrekbevel op en vaardigde een inreisverbod uit. De vreemdeling stelde beroep in tegen dit besluit. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit en beval de staatssecretaris om binnen vier weken de gevraagde vergunning te verlenen, waarbij de uitspraak in de plaats trad van het vernietigde besluit.
De staatssecretaris ging in hoger beroep bij de Raad van State. Deze oordeelde dat het niet aan de rechtbank is om zelf te beslissen over de verlening van de vergunning, omdat dit primair een bevoegdheid van de staatssecretaris is, die daarbij ook strafrechtelijke feiten na de rechtbankuitspraak kan meewegen. Daarom vernietigde de Raad van State het deel van de uitspraak waarin de staatssecretaris werd opgedragen de vergunning te verlenen en dat de uitspraak in de plaats trad van het besluit.
De overige onderdelen van de uitspraak van de rechtbank werden bevestigd. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, zijnde € 501,00, toe te rekenen aan beroepsmatige rechtsbijstand. De uitspraak werd op 20 februari 2018 openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond, het deel van de rechtbankuitspraak dat de staatssecretaris opdraagt de vergunning te verlenen wordt vernietigd, de rest wordt bevestigd en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.