ECLI:NL:RVS:2019:1101
Raad van State
- Hoger beroep
- B.J. van Ettekoven
- A.W.M. Bijloos
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing inschrijving minderjarige in basisregistratie personen wegens onduidelijke identiteit
De zaak betreft het hoger beroep van appellant tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg, waarin het beroep tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Maastricht werd afgewezen. Het college had de aangifte van verblijf en adres van de minderjarige zoon van appellant buiten behandeling gesteld en later inhoudelijk afgewezen omdat de identiteit van de zoon niet eenduidig kon worden vastgesteld vanwege verschillende namen op de Duitse geboorteakte en de Nederlandse verblijfsvergunning.
De rechtbank oordeelde dat het college terecht de aangifte had afgewezen en dat er geen schending was van artikel 8 EVRM Pro. Appellant stelde dat de rechtbank tegenstrijdig had geoordeeld en dat het college de inschrijving had moeten uitvoeren of nader onderzoek had moeten doen. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het college niet verplicht was de inschrijving uit te voeren zolang de identiteit niet betrouwbaar was vastgesteld, mede gelet op de wettelijke vereisten uit de Wet basisregistratie personen en het Burgerlijk Wetboek.
Verder werd overwogen dat het recht op privéleven uit artikel 8 EVRM Pro niet zo ver strekt dat het college verplicht is in strijd met de wet gegevens op te nemen. Ook het belang van het kind zoals bedoeld in artikel 3 IVRK Pro was voldoende betrokken door het college. De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees erop dat appellant met een recent gewijzigde geboorteakte een nieuwe aanvraag kan indienen.
De Afdeling stelde dat de gewijzigde geboorteakte, die na het bestreden besluit was overgelegd, niet in deze procedure kon worden betrokken. De uitspraak bevestigt de noodzaak van betrouwbare en eenduidige gegevens voor inschrijving in de basisregistratie personen en benadrukt de terughoudende toetsing van bestuursrechtelijke beslissingen op dit punt.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de afwijzing van de inschrijving van de minderjarige zoon in de basisregistratie personen wegens onduidelijke identiteit.