ECLI:NL:RVS:2019:2699
Raad van State
- Hoger beroep
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verwijdering familierechtelijke betrekking uit basisregistratie personen
Het college van burgemeester en wethouders van Tilburg heeft bij besluit van 14 december 2017 de vermelding van een familierechtelijke betrekking tussen appellant en persoon A uit de basisregistratie personen verwijderd. Dit volgde op een onderzoek naar aanleiding van een brief van een notaris, waaruit bleek dat persoon A was erkend door persoon B en niet door appellant. Appellant stelde dat hij de biologische vader was en dat de erkenning door persoon B nietig was.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en ook in hoger beroep heeft de Raad van State deze uitspraak bevestigd. De Raad benadrukt dat de basisregistratie personen betrouwbare en duidelijke gegevens moet bevatten, ontleend aan officiële akten en onherroepelijke uitspraken. De erkenning van persoon A door persoon B was rechtsgeldig en niet nietig op grond van artikel 1:204 BW Pro.
Appellant heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij juridisch vader is volgens artikel 1:199 BW Pro. Het feit dat hij mogelijk de biologische vader is, is juridisch niet relevant voor de registratie in de brp. Daarom is het besluit van het college om de vermelding te verwijderen terecht en wordt het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de verwijdering van de familierechtelijke betrekking uit de basisregistratie personen bevestigd.