ECLI:NL:RVS:2019:1163
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- E. Steendijk
- A. Kuijer
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken materieel belang bij mvv-aanvraag
De minderjarige vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv), welke door de staatssecretaris op 18 april 2016 werd afgewezen. Na bezwaar en beroep bij de rechtbank werd het besluit vernietigd wegens een motiveringsgebrek, maar de rechtsgevolgen bleven in stand omdat de referent, zijn moeder, nog geen asielvergunning voor bepaalde tijd bezat.
Tijdens de procedure gaf de vreemdeling aan dat een opvolgende mvv-aanvraag was ingediend en inmiddels door de staatssecretaris was ingewilligd, waardoor hij geen belang meer had bij een inhoudelijke beoordeling van het hoger beroep. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat zonder materieel belang het hoger beroep niet-ontvankelijk is, aangezien alleen de vergoeding van proceskosten en griffierecht resteert.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van €512 en het griffierecht van €253 aan de vreemdeling. Hiermee is de procedure formeel afgesloten zonder inhoudelijke beoordeling van de oorspronkelijke mvv-aanvraag.
Uitkomst: Hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken materieel belang; proceskosten en griffierecht worden vergoed.