ECLI:NL:RVS:2019:1172
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting in hoger beroep verblijfsvergunning asiel
De vreemdelingen hadden bij afzonderlijke besluiten van 23 januari 2018 een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd aangevraagd, welke door de staatssecretaris niet-ontvankelijk werden verklaard. De rechtbank verklaarde de beroepen van de vreemdelingen tegen deze besluiten ongegrond op 1 februari 2019. Hiertegen stelden de vreemdelingen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De vreemdelingen verzochten vervolgens de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen, zodat zij niet worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt. De voorzieningenrechter overwoog dat het verzoek, mede gelet op een eerdere uitspraak van 20 februari 2019, toewijsbaar was.
De voorzieningenrechter bepaalde daarom dat de vreemdelingen niet mogen worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 512,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: De vreemdelingen mogen niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.