ECLI:NL:RVS:2019:1177
Raad van State
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verzoek tot beperking kennisneming bestuursstukken inzake persoonlijke levenssfeer
Appellanten hebben hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Limburg. De minister verzocht op grond van artikel 8:29 Awb Pro dat alleen de Afdeling kennis zou mogen nemen van bepaalde stukken, waaronder uittreksels uit het Justitieel Documentatie Systeem en rapporten van de Raad voor de Kinderbescherming.
De Afdeling beoordeelde of het verzoek tot beperking van kennisneming gerechtvaardigd was. Voor de justitiële gegevens stelde de minister dat de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens geheimhouding voorschrijft, maar de Afdeling vond dat dit niet automatisch gewichtige redenen oplevert voor beperking. Aangezien de gegevens betrekking hadden op appellanten zelf en deze bekend zouden zijn met de inhoud, wees de Afdeling het verzoek af.
Voor de overige stukken, die betrekking hadden op kleinkinderen en hun ouders, stelde de minister zich op het standpunt dat de Algemene Verordening Gegevensbescherming het belang van eerbiediging van hun persoonlijke levenssfeer beschermt. De Afdeling vond dit belang zwaarder wegen dan het belang van appellanten bij kennisneming en stond daarom de beperking toe.
De Afdeling bepaalde dat de uittreksels uit het Justitieel Documentatie Systeem aan de minister worden teruggezonden en verzocht de minister binnen veertien dagen de stukken aan de Afdeling en partijen toe te sturen. De beslissing werd uitgesproken door mr. J.J. van Eck, lid van de enkelvoudige geheimhoudingskamer.
Uitkomst: Verzoek tot beperking kennisneming justitiële gegevens afgewezen, verzoek tot beperking overige stukken toegewezen.