ECLI:NL:RVS:2019:3686
Raad van State
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verzoek geheimhouding stukken in hoger beroep exploitatievergunning horeca
Appellant stelde hoger beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland inzake de afwijzing van een exploitatievergunning voor een horecabedrijf in Utrecht. De burgemeester verzocht om geheimhouding van bepaalde stukken, waaronder een antecedentenlijst, een uittreksel van de Justitiële Informatiedienst en een bijlage bij een Bibob-advies, op grond van diverse wettelijke bepalingen.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat het enkel feit dat stukken politiegegevens bevatten niet automatisch gewichtige redenen oplevert voor geheimhouding. De antecedentenlijst bevatte geen persoonsgegevens van anderen dan appellant en was te algemeen van aard, waardoor het belang van appellant bij kennisneming zwaarder woog dan het belang van geheimhouding.
Voor het uittreksel van de Justitiële Informatiedienst en de bijlage bij het Bibob-advies werd beoordeeld dat het belang bij geheimhouding niet zonder meer geldt. De Afdeling wees het verzoek tot geheimhouding van het uittreksel af omdat appellant bekend is met deze gegevens. De geheimhouding van de bijlage bij het Bibob-advies werd echter toegewezen omdat deze ook betrekking had op derden en de weigering van de vergunning niet op dit advies was gebaseerd.
De burgemeester werd verzocht de niet-geheim te verklaren stukken binnen veertien dagen aan de Afdeling en partijen toe te sturen.
Uitkomst: Verzoek tot geheimhouding van de bijlage bij het Bibob-advies wordt toegewezen, overige verzoeken worden afgewezen.