ECLI:NL:RVS:2019:1183
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- E. Steendijk
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing wegens onjuiste beoordeling geloofwaardigheid asielrelaas en veilige landenstatus Oekraïne
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 6 december 2017 de aanvragen van twee vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank verklaarde deze beroepen op 15 januari 2018 ongegrond. De vreemdelingen gingen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de rechtbank ten onrechte buiten de grenzen van het geschil was getreden door een nieuwe motivering van de staatssecretaris ter zitting te accepteren. Daarnaast had de rechtbank de geloofwaardigheid van het asielrelaas niet op juiste wijze inhoudelijk beoordeeld en was het verzoek om een getuige te horen onterecht afgewezen. Ook was de veilige landenstatus van Oekraïne onvoldoende gemotiveerd beoordeeld.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank en verwees de zaak terug voor hernieuwde beoordeling. De rechtbank moet nu toetsen of Oekraïne nog steeds een veilig land van herkomst is en de geloofwaardigheid van het asielrelaas beoordelen. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €512.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor hernieuwde beoordeling van geloofwaardigheid en veilige landenstatus.